Wetenschap voor Slimme Kleuters 2


2970289079_d7bf0656eb_mMiddelpuntvliedende kracht…. met Kleuters!

Deze keer een uitgewerkte techniekles voor kleuters ( getest in de praktijk), volgens de opbouw die je terug vindt in het vorige bericht!

Beleven: Op een ochtend haal ik in de kring met veel misbaar een emmer tevoorschijn. Ik ga midden in de kring staan, zeg ‘Moet je opletten!’ en zwaai de emmer rond over mijn hoofd. ( de kleuters denken ; ‘de juf is gek geworden’) Vervolgens loop ik, zonder iets te zeggen, naar de kraan en vul de emmer met een flinke laag water. Terug in de kring zeg ik: ‘zal ik het nog eens doen?’ Uiteraard ontstaat er even onrust, de kleuters willen allemaal reageren: Ja leuk! Nee dan worden we nat! Ik ga mijn jas pakken juf! Ik vraag de kleuters wat ze denken dat er gaat gebeuren! Dan tellen we samen af en zwaai ik de emmer weer rond boven mijn hoofd. En natuurlijk mors ik geen druppel. Hoe kan dat? De kleuters vinden het een fantastische truc. We bedenken dat het iets te maken heeft met het zwaaien/draaien, want als ik de emmer op zijn kop houdt boven het aanrecht komt het water er wel gewoon uit…

Verkennen: In de ontdekhoek liggen allerlei spullen waarmee je het draaien en zwaaien kunt uitproberen. Een lijstje van wat je neer kunt leggen:

  • een doorzichtige beker met een knikker
  • een afgesloten jampot voor driekwart gevuld met water en een beetje afwasmiddel
  • een wok met een knikker
  • een autobaan met een looping
  • een knikkerbaan met een looping
  • een tennisbal in het been van een afgeknipte maillot
  • een touwtje met een knijper eraan, aan de knijper een lint.
  • Een wijde rok
  • Verschillende tollen
  • Een opgeblazen ballon met 2 muntjes erin
  • Metalen ringen of hoepels (voor buiten)

Stel veel vragen. Laat ze experimenteren door met andere variabelen te werken: wat zou er gebeuren als je langzamer draait, of sneller? Wat als je een lichtere/kleinere/grotere/ zwaardere knikker gebruikt? Laat kinderen in de kring experimenten demonstreren.

Uitvinden: Bespreek in de kring met de hele groep wat er ontdekt is. Wat komen ze steeds weer tegen in de experimenten? ( als je draait gaat het omhoog/ naar buiten) Hoe zou dat kunnen komen? Bied nu nieuwe kennis aan; die kan er zo uitzien (demonstreer weer met de emmer, nu met een tennisbal erin)

De aarde werkt als een grote magneet en trekt alles aan. Daarom valt alles naar beneden. Dat heet ‘zwaartekracht’ Als je de emmer omgekeerd boven je hoofd houdt valt de bal er dus uit.

Als je de emmer optilt ben je sterker dan de zwaartekracht! 

Wanneer je zwaait voeg je nog meer kracht toe! Denk maar aan het gooien van een bal. In dit geval gooi je niet maar zwaai je ‘door’ De bal wil door de kracht eigenlijk weg en drukt  tegen de bodem van de emmer. Dat heet: middelpuntvliedende kracht! 

Doordat je de emmer vasthoudt kan de bal niet weg maar valt hij ook niet naar beneden vallen.

Toepassen: In de tijd die volgt zul je zien dat met name Slimme Kleuters terugkomen op het geleerde. Je kunt dat ook stimuleren door vragen te stellen als kinderen buiten aan het hoepelen zijn, of als je het gesprek bijvoorbeeld via de kermis op een zweefmolen kunt brengen. Ook kun je kleuters vragen een speeltje te ontwerpen dat rond kan draaien of zwaaien. Dit is een belangrijke fase. Door het toe te passen en te herkennen in de wereld om zich heen, integreren de kinderen de nieuwe kennis.

Ga voor achtergrondinformatie, filmpjes, en nog meer experimenten naar: www.encyclopedoe.nl

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *