Spelbegeleiding met BLOOM… op de vrijeschool


Specialisatiemodule slimme kleuters:

Tijdens mijn driedaagse trainingen voor Novilo ontmoet ik cursisten met allerlei verschillende achtergronden; IBers, orthopedagogen, hoogbegaafdheid coördinatoren, peuterleidsters, onderwijsadviseurs én uiteraard leerkrachten van zeer diverse scholen.

Alle cursisten voeren een eindopdracht uit in de praktijk en ontwerpen een open leersituatie waarin zij de kinderen aanspreken op hun hogere-ordedenkvaardigheden. (HOD) Het is steeds weer interessant om te zien hoe de inhoud van de trainingen in praktijk wordt gebracht in scholen van zeer verschillende signatuur. Hoe breng je het werken met HOD vaardigheden in praktijk op een Montessori school?  Of op een vrijeschool? Past hetgeen geboden wordt tijdens de training wel op scholen met deze signatuur?

Nynke Heeringa beschreef prachtig hoe zij twee jongens uit de tent heeft gelokt tijdens het vrije spel. Wat een pareltje! En helemaal ‘vrijeschool-proof’. Lees je mee?

Slimme kleuters op de vrijeschool: vrij spel en de taxonomie van Bloom

N. Heeringa, februari 2018

Inleiding

Binnen de vrijeschool gaan we ervan uit dat een kleuter zich anders ontwikkelt, de wereld anders ervaart én anders leert dan een schoolkind (onder een schoolkind verstaan we kinderen die naar de eerste klas/ groep 3 gaan). (Wijnbergh & Eijgenraam, 2015). Wij gaan ervan uit dat kleuters zich holistisch ontwikkelen: de cognitieve ontwikkeling, de sociale en emotionele ontwikkeling, de creatieve ontwikkeling en de motorische ontwikkeling ontwikkelen zich spelenderwijs en in interactie met elkaar. Spelen is daarbij een integrerende activiteit: daarin komen alle gebieden samen (Goorhuis- Brouwer, 2016). Om die reden neemt het vrije spel in onze kleuterklassen dan ook een centrale rol in. Dit impliceert dat de kinderen vrij zijn in de keuze van hun spel, zij hoeven dit niet te plannen. En krijgen in het spel dan ook geen gerichte opdrachten, taakjes, lesjes of werkbladen.

We gaan er daarbij vanuit dat kleuters alle voorwaarden om te leren lezen, schrijven en rekenen spelenderwijs leren, leren door te doen. Bijvoorbeeld: door met blokken, grote kisten en speelplanken te spelen en te bouwen ervaren zij vanzelf wat boven en onder is en geven ze hier woorden aan. De begrippen onder en boven worden daarmee niet in een les aangeboden, maar komen vanzelfsprekend tijdens het vrije spel aan bod.

De vraag is hoe ik, uitgaande van deze visie, meerbegaafde kleuters of kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong, spelimpulsen kan bieden, waarmee datgene geboden wordt wat het kind voor het eigen ontwikkelingsproces nodig heeft. (Weeren, 2015). Voor deze vraag wil ik kijken of ik de taxonomie van Bloom in kan zetten om gerichte spelimpulsen te geven en daarmee hogere orde denken van een aantal kinderen kan activeren tijdens het vrije spel.

De taxonomie van Bloom

De taxonomie van Bloom is één van de meest gebruikte manieren om verschillende kennisniveaus in te delen. In de taxonomie van Bloom kan onderscheid gemaakt worden tussen lagere denkvaardigheden (onthouden/ kennen, begrijpen en toepassen) en hogere denkvaardigheden (analyseren, evalueren en creëren).

Lagere orde denkniveaus doen een beroep doen op onthouden, begrijpen en (deels) toepassen van kennis. Bij hogere orde denkniveaus gaat het om de vaardigheden analyseren, evalueren en creëren. Leerlingen worden dan gestimuleerd om verder en meer kritisch na te denken en hun probleemoplossend vermogen aan te spreken. (talentstimuleren.nl)

Casus

Twee jongens (4;5 en 6:1) werken tijdens het vrije spel al langere tijd met klein bouwmateriaal (blokken Haagse set) aan effectspel: ze maken voor rollende voorwerpen (knikkers, autootjes, ronde blokjes) diverse banen. Met heel veel plezier laten ze de ronde voorwerpen naar beneden rollen. Daarbij experimenterend met diverse typen banen: hoe moeten ze de baan zo maken dat de voorwerpen zo ver mogelijk weg rollen nadat ze van de baan afkomen. De jongens spelen dit spel al langere tijd en verdieping in het spel blijft achterwege: feitelijk gaat het om het steeds reproduceren van al bestaande kennis (NB in een eerdere fase zal het maken van deze eenvoudige knikkerbanen wellicht een hogere orde denkniveau geweest zijn voor hen. In het repetitieve dat nu zichtbaar is in het spel, is geen sprake meer van hogere denkniveaus en gaat het puur om herhaald toepassen). De jongens laten zien dat ze de werkingsprincipes snappen en deze in de door hen gemaakte banen toepassen. Als ik kijk naar de taxonomie van Bloom dan werken ze op niveau 1, 2 en 3:

  • Niveau 1 is zichtbaar doordat ze de werkingsprincipes herkennen en benoemen.
  • Niveau 2 is zichtbaar doordat ze aan andere kinderen en mij kunnen uitleggen hoe ze ervoor kunnen zorgen dat de voorwerpen zover mogelijk weg komen.
  • Niveau 3 is zichtbaar doordat ze de principes in verschillende banen kunnen toepassen: de context wisselt.

De uitdaging is nu om door middel van gerichte vragen, suggesties en ander materiaal, te kijken of ik in het vrije spel van deze kinderen verdieping kan aan brengen. Om daarmee de hogere denkvaardigheden van deze kinderen meer aan te spreken. Ik wil hen uitdagen om banen te bouwen die complexer van aard zijn: is het mogelijk om banen te bouwen waarbij een deel van de banen niet zichtbaar is, maar waar de knikkers wel doorheen kunnen rollen?  Hierbij gaat het om het creëren van een nieuw type baan: de interne knikkerbaan. Dit bouwen doet een groter beroep op ruimtelijke oriëntatie en probleemoplossend vermogen.

Interventie

Ik zet in de klas een doos met een nieuw type blokken: Cuboro blokken. Cuboro blokken hebben in het hout uitgefreesde gleuven in verschillende vormen. Daardoor kunnen er geen schuin lopende banen gemaakt worden: alleen door te werken met een valhoogte waarbij knikkers vaart kunnen maken, blijven deze rollen. Daarnaast kan door blokken op de juiste manier tegen elkaar te plaatsen, een interne baan gemaakt worden.

De jongens krijgen de vraag of het zou lukken om een knikkerbaan te bouwen die (gedeeltelijk) onzichtbaar is.  Deze vraag spreekt de jongens erg aan en ze gaan een aantal weken achterelkaar aan de gang met dit vraagstuk.

Als eerste bekijken ze de blokken. Vervolgens zie ik hen passen en meten om te kijken hoe de blokken op elkaar aansluiten. Daarna ontstaat de eerste open knikkerbaan, waarbij de knikker onvoldoende vaart maakt omdat er geen gebruik is gemaakt van hoogteverschil. Vervolgens wordt vrijwel gelijktijdig gebruik gemaakt van hoogteverschil én ontstaat de eerste (eenvoudige) interne baan. De weken daarna spelen de jongens vrijwel continue met deze blokken. En lukt het hen om complexe interne banen te maken. Waarbij uiteindelijk vaak slechts een rechthoek op tafel staat en de baan volledig intern loopt. De oudste jongen is in staat gedetailleerd uit te leggen welke weg de knikker aflegt.

   

  • Baan 1 is een enkelvoudige, vrijwel volledige interne knikkerbaan.
  • Baan 2 is een tweevoudige (er kunnen twee knikkers onafhankelijk van elkaar door de constructie rollen), volledig interne knikkerbaan.

Nadat de jongens een aantal weken met de Cuboro blokken bezig geweest zijn, verandert hun spelvoorkeur weer naar de Haagse set blokken. En daar weten ze nu ook knikkerbanen te maken, die ook gedeeltelijk intern lopen.

  

Tot slot

In het vrije spel van deze twee jongens heb ik gewerkt met differentiatie in materiaal en differentiatie in spelimpuls. Dit heeft ertoe geleid dat bij de beide jongens hogere denkvaardigheden aangesproken zijn: via denkniveau 4 (vergelijken van de blokken, in en uit elkaar halen van de baan) is het hen gelukt om een nieuw type knikkerbaan te maken (denkniveau 6 ontwerpen, creëren) en dit toe te passen met verschillende bouwmaterialen (Cuboro en Haagse set blokken). Waarschijnlijk hebben ze zelf ook denkniveau 5 (evalueren van wat wel en niet werkt) toegepast.

Deze interventie leerde me om op een andere manier naar spel te kijken en verdieping aan te brengen. Daar waar ik spel waardeer door te kijken naar type spel,  spelduur, spelopbouw, stadia van spel, spelkwaliteit, spel intensiteit, gebruik van de ruimte en wijze van samenspel, krijg ik met het inzetten van de taxonomie van Bloom handvatten om te kijken welke denkvaardigheden ingezet worden in het spel en deze naar een ander niveau te brengen:

Door bewust te kijken, spelinterventies te doen die aansluiten bij het spel dat de kinderen spelen én prikkelende vragen te stellen die een beroep doen op hogere orde denken, is het mogelijk om de denkvaardigheden van kinderen in het vrije spel in een vrije kleuterklas naar een hoger denkniveau te brengen: mét behoud van autonomie en vrijheid in het door de kinderen gespeelde spel. 

Bronnen:

 

Wil je ook deelnemen aan de driedaagse specialisatiemodule ‘slimme kleuters’? Dit schooljaar gaat er nog één traject van start, en wel op donderdag 19 april. (data gewijzigd (!)) Ook voor komend schooljaar staat de eerste module al gepland! Check de studiegids op: Novilo specialisatiemodule Slimme Kleuters

Ook aan de slag met Cuboro? Kijk hier eens:

 

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *